Nepravilo

Het haantje op de kerktoren,

dat is niet zomaar iets.

Niemand kan hem storen.

En als ik langsrij op mijn fiets,

wijst hij me naar het koren.


Het koren waar ik zo van houd,

is ook zo onverstoorbaar,

en heeft het nimmer fout.

Dan rij ik langs de korenaar,

die me de weg wijst naar het woud.